Aangepast zoeken

Bedlington Terriër

Schofthoogte reu~41
Schofthoogte teef~40
Gewicht reu8-10
Gewicht teef8-10
Werkhond
Huishond
Kammen
Borstelen
Trimmen

De oorsprong van de bedlingtonterriër laat zich tot in de 18e eeuw terugvervolgen. In het midden van de 19e eeuw werd het ras met de whippet gekruist. Hij was op de rattenjacht gespecialiseerd en werd ook in de bergbouw ingezet.

De vacht van de bedlingtonterriër is blauwgrijs (donkere ogen en neus), lever- of zandkleurig (bruine ogen en neus). Karakteristiek is een dense, licht gekrulde vacht. Het hoofd is peervormig met hangende oren. De staart is diep aangezet en wordt niet boven de rug gehouden. Hij heeft lange achterpoten.
Bedlingtonterriërs zijn gevoelig voor oogaandoeningen en kopertoxicose. Door een voorzichtige fokdierkeuze, samen met de voorgeschreven genanlyses, wordt kopertoxicose ondertussen bij het ras niet meer waargenomen.
Bedlington Terriërs verharen niet. De vacht moet regelmatig met kam en borstel worden behandeld. Een aantal keren per jaar moet de vacht met schaar en tondeuse worden bijgewerkt.

Highlights
Contactformulier